Met diagnostiek wordt bedoeld: de sterkere en zwakkere kanten van het functioneren van het kind zo goed mogelijk in kaart brengen om zicht te krijgen op de achtergrond van de problemen en beter in te kunnen spelen op de groeimogelijkheden van het kind.

Een ouder (of school) kan verschillende redenen hebben om zijn of haar kind te willen laten onderzoeken. Bijvoorbeeld als een kind:

  • stagneert in zijn/haar ontwikkeling;
  • meer in zijn/haar mars heeft dan hij/zij laat zien;
  • zich niet goed kan concentreren;
  • door omstandigheden in ‘zwaar weer’ zit;
  • heel erg kan piekeren;
  • erg angstig kan zijn zonder directe aanleiding;
  • druk en/of impulsief gedrag laat zien;
  • zich anders gedraagt en moeilijk aansluit bij leeftijdsgenoten;
  • opstandig gedrag laat zien en daardoor negatieve aandacht krijgt;
  • minder blij/gelukkig is;
  • het moeilijk vindt om onbezorgd ‘kind’ te zijn.

Het traject

Over het algemeen wordt er eerst een uitvoerig intakegesprek gevoerd. Vervolgens wordt bepaald hoeveel tijd er nodig is om de diagnostiek uit te voeren. Veelal wordt de diagnostiek verspreid over twee ochtenden. Ook een observatie in de klas kan onderdeel van het onderzoek zijn. Daarnaast worden ouders/verzorgers en vaak ook leerkrachten gevraagd om verschillende vragenlijsten in te vullen. Alle gegevens worden verwerkt in een psychologisch rapport. Dit wordt besproken en toegelicht in een afsluitend gesprek.

Al met al neemt dit traject enkele weken in beslag.